Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie

Positie IOB

IOB geniet binnen het ministerie van Buitenlandse Zaken een grote mate van zelfstandigheid. Om dit te waarborgen is IOB rechtstreeks onder de secretaris-generaal geplaatst, en is door de minister van Ontwikkelingssamenwerking – namens de regering – aan de Tweede Kamer toegezegd dat IOB in haar functioneren de grootst mogelijke zelfstandigheid zal worden gelaten.

Meer concreet betekent dit dat IOB bijdraagt aan het opstellen van de evaluatieprogrammering, en bevoegd is om zelfstandig onderzoeken op te zetten op het terrein van de internationale samenwerking. Voor de overige terreinen van het buitenlands beleid dient IOB de keuze van de onderwerpen – in het proces van het opstellen van de evaluatieprogrammering – af te stemmen met de verantwoordelijke directeuren-generaal. Alleen IOB is bevoegd de methoden van onderzoek en de eindrapporten vast te stellen.

Het spreekt voor zich dat de Rijksbrede Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek onverkort van toepassing is, en een leidend uitgangspunt voor IOB vormt. 

Zoeken